De Luftwaffe in België Deel 1: Verovering en Vestiging
Vanaf september 1939 en gedurende de hele "Drôle de Guerre" werd het luchtruim van het neutrale België doorkruist door vliegtuigen van de strijdende partijen die profiteerden van de zwakte van de Militaire Luchtvaart. De Duitse verkenningsvliegtuigen konden zo de toekomstige invasieroutes in kaart brengen. Op 10 mei 1940 trok de Wehrmacht het land binnen en tot het einde van die maand woedden de gevechten in de Belgische hemel, die een strategisch belangrijk doelwit voor de indringers was geworden. Met de terugtrekking van het Britse expeditiekorps werden de luchtgevechten zeldzamer (hoewel nog steeds actief in Frankrijk), wat de diensten van de Luftwaffe in staat stelde zich zeer snel in het land te vestigen om de vliegvelden en de militaire structuren die hen van dienst konden zijn te herstellen.
Na de Franse capitulatie eind juni 1940 kende België maar weinig luchtgevechten overdag, noch tijdens de "Battle of Britain" noch tijdens de "Non-Stop Offensive" in 1941, waarbij het "beschermd" werd door de afstand die het scheidde van de RAF-jachtbases. Hooguit werden schepen en enkele havens doelwitten van de Britse luchtmacht. België lag echter (net als Nederland) op een van de directe routes die de vliegtuigen van het Bomber Command 's nachts gebruikten om de fabrieken in het Ruhrgebied aan te vallen. Vandaar de snelle vestiging in het land van nachtjachteenheden (Nachtjagd) die zich een naam zouden maken (de beroemde "Ghosts of Saint-Trond" die de RAF-bemanningen vreesden).
De periode 1939-1942 was dan ook contrastrijk, met bloedige gevechten tijdens het offensief in het westen, gevolgd door een relatieve rust in de Belgische luchten die slechts werd verstoord door een opkomst van het Bomber Command. De enkele inbraken van de Amerikaanse "zwaargewichten" in 1942 bleven "anekdotisch", hoewel ze een groeiende dreiging aankondigden.
Veilige betaling
Levering
(+33) 01.79.75.05.50
Misschien vindt u dit ook leuk