Zodra de operaties waren afgerond, is het gebruikelijk dat generaals verslag uitbrengen over hun daden. Zo stelde generaal Dwight Eisenhower (1890-1969) in 1945 een uitgebreid rapport op voor de Gecombineerde Chefs van Staven over de operaties in Europa van de geallieerde expeditietroepen, van 6 juni 1944 tot 8 mei 1945, waarvan hij de opperbevelhebber was.
In het hart van de herdenkingsgolf van de zestigste verjaardag van de Bevrijding leek het noodzakelijk dit historisch document, afkomstig van de hoogste militaire verantwoordelijke in dit gevecht dat zou leiden tot de capitulatie van de Duitse strijdkrachten na de Slag om Normandië, opnieuw uit te geven.
Het resultaat van deze titanische onderneming was echter allerminst gegarandeerd, ondanks de inspanningen van soldaten en generaals, en de eerste verdienste van dit uitgebreide rapport is ongetwijfeld het in herinnering brengen van de moeilijkheden waarmee de Geallieerden werden geconfronteerd.
Het andere belang van dit document ligt in het uitgebreide relaas van de operaties die in Noordwest-Europa werden uitgevoerd tussen 6 juni 1944 en 8 mei 1945. Een zeker gallocentrisme brengt de Fransen ertoe te denken dat de oorlog eindigde met de herovering van Straatsburg (23 november 1944), of zelfs eerder, bij de bevrijding van Parijs (25 augustus 1944). Een wel erg snelle conclusie. De oorlog zou nog bijna een jaar duren en was, verre van dat, geen militaire wandeling, vanwege de weerstand van de Duitsers. Het jaar 1944 markeert geenszins het einde van de lijdensweg voor alle Europese volkeren: nog lange inspanningen zouden nodig zijn in België, in Nederland en ten slotte in Duitsland.
Naast de bijdrage aan onze kennis brengt Eisenhower een lumineuze en verschrikkelijke bladzijde van de Europese geschiedenis tot leven.