"Wie Irak binnenkomt, doet dat via de snelweg Amman-Bagdad, die de ringweg van Falluja en de ringweg van Ramadi volgt. Deze snelweg, de gevaarlijkste ter wereld, vormt een ware schietgalerij voor alle islamitische opstandelingen die gewapend zijn met Kalashnikovs of raketwerpera. En toch begint de echte Iraakse hel pas aan het einde van deze angstaanjagende rit." Het huidige Irak, een ware broedplaats van islamitisch terrorisme, toont dagelijks een gezicht dat getekend is door aanslagen, ontvoeringen, foltering en haatbetogingen, onder het vaak machteloze oog van het Amerikaanse leger. Er bestaat echter een ander leger waarvan de rol met de dag groter wordt, een leger dat qua omvang de tweede plaats inneemt na dat van de Verenigde Staten en naast welk het Britse contingent er als een dwerg uitziet. Het is een multinationaal, bont en anarchistisch leger van meer dan 50.000 man — en enkele vrouwen — die zo'n twintig verschillende nationaliteiten vertegenwoordigen. Het is een leger van huurlingen, van "contractors", die hun diensten verhuren voor wel 1.000 dollar per dag om onder meer zakenlieden, ingenieurs, politici en, uiteraard, journalisten die nog steeds verslag durven doen van de Iraakse situatie te beschermen. De meesten waren lid van de speciale strijdkrachten of dienden als soldaat in reguliere legeronderdelen. Een van hen, John Geddes, veteraan van talrijke oorlogen, was zelf onderofficier bij de Britse speciale strijdkrachten van de Special Air Service (SAS). Hij behoorde tot de eersten die als huurling naar Irak trokken, toen George Bush in mei 2003 het officiële einde van de vijandelijkheden aankondigde. Vandaag, en voor het eerst, getuigt hij over het angstaanjagende — en soms absurde — dagelijks leven van dit buitengewone privéleger en zijn meedogenloze strijd tegen de Iraakse opstandelingen.