INDOCHINA, oorlog: deze twee woorden blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden in het collectieve geheugen. Geassocieerd met beelden van geweld en tragedie, met door interpretaties vastgeroeste clichés, verbergen ze een veel complexere, vaak ongrijpbare werkelijkheid. Er was de Franse oorlog met zijn gezichten — Leclerc, Ho Chi Minh, d'Argenlieu, Giap, de Lattre — zijn slagveldnamen, zijn Vrede van Genève, en dan de Amerikaanse oorlog met de zijne — Diem, Kennedy, Minh, Westmoreland, Johnson, Thieu, Nixon, Kissinger, Khe Sanh. Er was het Ho Chi Minh-pad, de Vrede van Parijs, en dan ook de oorlog tussen de twee Vietnams, de doodsstrijd van Saigon, de hereniging in bloed. Er waren vooral al die anonieme gezichten van een verscheurd volk, zo gelijkluidend in hun verschillen — die van de geofferde soldaten, Fransen, Amerikanen, zuidelijken of revolutionairen — die onschuldige en verdoolde menigten, meegesleurd door een storm... Een monumentale synthese opgebouwd uit nauwgezet, deels onuitgegeven bronnenmateriaal en een systematische analyse van teksten en feiten van beide zijden: Les Guerres d'INDOCHINE brengen voor het eerst een globaal en volledig overzicht van meer dan een eeuw geschiedenis van een land, vanaf de komst van de Fransen in 1859 tot de apocalyptische epiloog en de hedendaagse nasleep.